Taalkundige verhuispret
Afgelopen januari ben ik gaan samenwonen met mijn vriendin Annemieke. We moesten veel opknappen in het nieuwe huis en we kregen daarbij de broodnodige hulp van onze ouders en vrienden. Bij de verhuizing hoorde een hoop geregel, en we mailden er dan ook flink op los met familie en vrienden. Op een avond bedankte Annemieke in een van die talloze mails haar vader voor het aanbrengen van een ‘plint met haartjes onder de deur van de woonkamer.’ Annemieke bedoelde hiermee een tochtstrip, die ervoor zorgt dat er onder de woonkamerdeur door geen warmte verloren gaat.
Mijn vriendin Annemieke is al vanaf haar geboorte doof. Nederlandse Gebarentaal (NGT) is haar moedertaal, en het Nederlands is haar tweede taal. Als gevolg hiervan spreekt en schrijft zij Nederlands op een NGT-achtige manier. Daar is absoluut niets mis mee, maar het leidt wel tot uitingen die moedertaalsprekers van het Nederlands als ongrammaticaal kunnen beschouwen. Annemieke worstelt met name met spreekwoorden en metaforen. Als taalkundestudent vind ik al die uitdrukkingen, die Annemieke bij tijd en wijle produceert, natuurlijk prachtig. Het Nederlandse taalgebruik van Annemieke levert schitterende voorbeelden op van een grappig soort Nederlands, en het leidt soms ook tot misverstanden waar we achteraf vaak om moeten lachen. De ‘plint met haartjes’ is daar een mooi voorbeeld van.
En zo zijn er nog veel meer voorbeelden van het grappige en NGT-achtige taalgebruik van Annemieke. Zo was er die keer dat Annemieke met haar moeder sms’te over de nieuwe gordijnen in de slaapkamer. De moeder van Annemieke schreef in haar sms’je dat zij de gordijnen ging inkorten, omdat ze te lang waren. ‘Komt voor de bakker!’ voegde zij aan het sms-bericht toe, waarmee zij bedoelde dat ze de gordijnen in de goede lengte ging knippen en naaien. Annemieke kende de uitdrukking ‘komt voor de bakker’ nog niet, en reageerde hierop in een sms terug met: ‘Ja, en ik heb vanmorgen Brinta gegeten, want het brood was op.’
Voor mijn eigen verhuizing moest ik een boedelbak regelen. Een boedelbak is een gele aanhangwagen waarin je spullen kunt vervoeren die niet in een auto passen, en die je bij verschillende tankstations in het land kunt huren. In nog een van die talloze mails stelde Annemieke voor dat haar vader met mij een ‘poedelbak’ zou gaan huren. In de dagen daarna hebben Annemieke, haar ouders, mijn ouders en ikzelf er veel om gelachen. Het is eigenlijk ook wel logisch dat Annemieke ‘poedelbak’ verwarde met boedelbak, omdat zij het verschil tussen de p en de b niet kan aflezen van de lippen. Bovendien is poedel een vaker gebezigd woord dan boedel, dat van inboedel komt. Aangezien boedel een vreemd woord was voor Annemieke, en poedel niet, mailde zij dus dat haar vader en ik een ‘poedelbak’ moesten huren. De vader van Annemieke had het er in die dagen daarna nog dikwijls over hoe Annemieke het hondenras ‘cocktail spaniel’ verkoos boven het edele ras der poedels.
In de keuken hing gedurende de hele verhuizing een whiteboard, waarop Annemieke en ik een to-do-lijstje hadden gemaakt. Regelmatig schreven we daar dingen op als ‘verf kopen’ of ‘gordijnrails ophangen.’ Op dat whiteboard heeft ook een aantal dagen gestaan dat de stuccer zou komen om de muur van stucwerk te voorzien, en dat een installeur naar de verwarming moest komen kijken. Als moedertaalspreker van het Nederlands weet ik dat het stukadoor en installateur moet zijn, maar ik begreep donders goed wat Annemieke bedoelde. Dankzij Annemieke besef ik telkens weer hoe mooi de Nederlandse taal is, en tegelijkertijd hoe moeilijk het is om als doofgeborene of vroegdove het Nederlands foutloos te leren spreken en schrijven.
Reageren? Log dan nu in of maak een nieuw account.
