Interview Agnes Sweitser over voortbestaan internaat Guyotschool
Voor de derde keer in vier jaar is het voortbestaan van het internaat van de Guyotschool voor VSO in Haren onzeker. AnnieS sprak met Agnes Sweitser over de situatie.Een unicum en de enige in zijn soort in Nederland: de Guyotschool voor VSO in Haren, vlakbij Groningen. Het is de enige school in Nederland waar dove kinderen HAVO onderwijs in gebarentaal kunnen volgen. Omdat Haren niet centraal in het land ligt, kunnen deze leerlingen door de week op het internaat verblijven, samen met andere leerlingen van de Guyotschool. De school biedt, in combinatie met het internaat, een leer- en leefomgeving die afgestemd is op de wensen en behoeftes van dove kinderen. De combinatie boekt succes: voor het komend schooljaar zijn er ongeveer 20 aanmeldingen.
Agnes Sweitser, communicatieadviseur bij Kentalis, denkt dat het mede te danken is aan mond op mond reclame: ‘de kinderen bereiken elkaar, ze spreken met elkaar op MSN en andere social media sites, en informeren elkaar zo over de school en het internaat.
Desondanks is het voor de derde keer in vier jaar onzeker of deze kinderen wel naar het internaat kunnen. Sweitser: ‘er is in Den Haag al drie jaar lang een discussie gaande over het internaat: moet het gezien worden als een zorginstelling of als verblijf? De leerlingen van het VSO hebben niet altijd specifieke AWBZ-zorg nodig, maar ze hebben wel een beperking. Het internaat is er voor hen om dit speciale onderwijs te kunnen volgen, zonder dat ze elke dag urenlang in een taxi-busje moeten zitten. De vraag die speelde in Den Haag is: moet dat uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) komen?’
De AWBZ is enige tijd geleden aangescherpt. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft vervolgens in 2009 besloten de bijdrage aan de financiering van het internaat stop te zetten. Sweitser: ‘verantwoordelijkheid voor de financiering van het internaat werd door VWS gelegd bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Dit ministerie erkende de verantwoordelijkheid voor deze leerlingen.
Maar de officiële visie van OCW luidt dat kinderen zo dicht mogelijk bij huis naar school moeten gaan. Het internaat in Haren past niet in die visie. Er zijn gesprekken tussen Kentalis en het ministerie geweest over hun visie op onderwijs. Sweitser: ‘maar uiteindelijk zijn deze door het ministerie stopgezet en was het einde discussie.’
Kentalis kan zich verplaatsen in de opvattingen van het ministerie over Passend Onderwijs, maar benadrukt dat voor de kinderen in Haren die gebruik maken van het internaat, de Guyotschool de best passende vorm van onderwijs is . Sweitser: ‘natuurlijk ga je als 12-jarig kind liever naar een school in je eigen buurt. Maar regulier onderwijs is voor sommige dove kinderen erg lastig. Ze kunnen gebruik maken van een gebarentolk, maar die tolkt alleen de informatieoverdracht in de klas. Wat er zich achterin de klas tussen klasgenootjes afspeelt – daar krijgt een dove leerling niks van mee. En ook tijdens pauzes, wanneer ook de tolk recht op pauze heeft, kan een dove leerling moeilijker contact leggen met andere kinderen. Sommige dove kinderen kunnen echt vereenzamen in het reguliere onderwijs. Deze kinderen zitten bovendien in een kwetsbare fase van hun leven. Er zijn veel onderwerpen die je als puber wilt bespreken met leeftijdsgenootjes : ruzies, feestjes, verliefdheden– maar niet altijd in het bijzijn van een tolk. ‘
De visie van de VSO school is helder: kinderen zitten in een gebarende omgeving, maar worden voorbereid op meedoen in een horende omgeving. De kinderen kunnen op die manier aan een sterkere identiteit werken en zichzelf ontwikkelen. De school is er van overtuigd dat dove leerlingen zo beter beslagen ten ijs komen voor een opleiding in het vervolgonderwijs.
Sweitser: ‘het is natuurlijk ontzettend belangrijk dat je ook in de horende wereld goed kunt meedraaien. Bijvoorbeeld door lid te zijn van een sportvereniging. Of door het zelfstandig boodschappen doen. Over die ervaringen kan op school en op het internaat gesproken worden. Een enkele dove leerling op een reguliere middelbare school mist die omgeving. Zo’n leerling heeft wel zijn ouders, maar niet de groep, de leeftijdsgenoten, op school, om ervaringen mee uit te wisselen.’
De groeiende aantallen en positieve ervaringen van de kinderen sterkt Kentalis in de overtuiging dat het internaat meerwaarde heeft. Sweitser benadrukt dat de kinderen zelf voor het internaat kiezen: ‘de ouders beslissen natuurlijk, maar uiteindelijk zijn het de kinderen zelf die hun keuze maken.
Kentalis heeft net als de Nederlandse Federatie van Ouders van Dove Kinderen (FODOK) een brief gestuurd naar demissionair minister van Jeugd en Gezin Rouvoet. Kentalis heeft daar nog geen reactie op gekregen. De FODOK wel. Sweitser: De FODOK heeft een reactie gekregen van minister Rouvoet, maar enkel in de hoedanigheid van minister van Onderwijs, en niet als minister van Jeugd en Gezin. De brief is duidelijk: het gaat over hun visie op passend onderwijs. Maar de kinderen die gebruik willen maken van het internaat bevinden zich precies op het snijpunt van onderwijs en zorg. Zowel Kentalis als FODOK zijn teleurgesteld in het antwoord van Rouvoet.
Het aantal leerlingen dat aankomend schooljaar naar de Guyotschool voor VSO gaat en naar het internaat wil is niet groot (ca. 10 leerlingen) Het gaat dus niet om gigantische bedragen. Kentalis stelt dat, wanneer de tolkkosten voor dove leerlingen in het onderwijs vergeleken worden met de kosten van het internaat, het elkaar weinig ontloopt. Sweitser benadrukt dat het om principes gaat, maar wijst ook op andere mogelijke kosten: ‘als een leerling naar het regulier onderwijs gaat en er minder sterk uitkomt, hoe loopt het dan in de toekomst voor deze leerling?’
Kentalis wacht nog op een antwoord van voormalig minister Rouvoet. Ondanks de verkiezingen is de minister op dit moment nog bij machte om dit probleem op te lossen. Als een reactie uitblijft, hoopt Kentalis snel opnieuw om tafel te kunnen met het ministerie. Sweitser: ‘Er moet een oplossing komen voor deze kinderen. Iemand moet het oppakken.’
Reageren? Log dan nu in of maak een nieuw account.

